Evaluatie
van de meting

HRV Parameters

Rhythmogramm, histogram en strooidiagram

De VNS Analyse is gebaseerd op het meten van 520 RR intervallen ( afhankelijk van de hartslag duurt deze meting tussen de 5-10 minuten ) middels een borstgordel met een meetresolutie van 1 ms. De patiënt wordt zittend gemeten. Wij bevelen aan om de patiënt eerst 10 minuten tot rust te laten komen alvorens de meting wordt doorgevoerd. Het overdragen van de meet gegevens naar de software gaat digitaal via bluetooth. De berekening van de VNS parameters gaat automatisch middels de software.

De VNS Analyse is dusdanig geoptimaliseerd voor de dagelijkse praktijk, dat u als arts of therapeut de meting snel en eenvoudig kan interpreteren.

Goede hartslagvariabiliteit

Slechte hartslagvariabiliteit

Het rhytmogram vormt de basis voor het meten van het vegetatieve zenuwstelsel. Hier wordt de hartfrequentievariabiliteit mee opgenomen.

In het rhytmogram wordt iedere tijdsafstand van hartslag tot hartslag in milliseconden ( RR interval ) opgenomen en met een lijn verbonden. Totaal worden er 520 RR intervallen op de X-as getoond. Op de Y-as wordt de duur van iedere hartslag getoond, Hoe onderscheidener de RR afstanden tijdens de meting zijn, des te meer variabiliteit is er binnen het rhytomgram te zien.

Deze variabiliteit is een teken van aanpassingsvermogen. Ze wijst erop dat het vegetatieve zenuwstelsel in staat is om zich aan in en uitwendige stimuli aan te passen. Eveneens wordt aan de hand van een variabele hartslag gecontroleerd, of het vegetatieve zenuwstelsel in staat is om de hartslag aan te passen.

Dit wordt gereguleerd door de ademhaling. ( Bij het inademen slaat het hart sneller, bij uitademing slaat het hart langzamer) Deze adem afhankelijke variabiliteit wordt de respiratorische sinusarrhytmie genoemd. Deze ademhaling wordt voor het grootste deel door het vegetatieve zenuwstelsel ( in het bijzonder door de parasympathicus ) gegenereerd. Naast de ademhaling zijn nog meerdere processen in het lichaam betrokken bij het reguleren van het vegetatieve zenuwstelsel zoals b.v. een actief verteringssysteem, in gedachten zijn, horen, enz. enz. Op al deze situaties moet het vegetatieve zenuwstelsel het lichaam instellen.

De meting wordt in rust afgenomen. Tijdens rust moet het rhytmogram een grote variabiliteit laten zien, gezien deze in rust het grootst is. Waarom de variabiliteit in rust het grootst is is met een eenvoudig voorbeeld te verklaren: In rust slaat het hart minder krachtig, het geeft alleen de kracht die op dat moment noodzakelijk is ( b.v. bij het inademen of opheffen van een arm iets sneller ) Na het uitvoeren hiervan slaat het hart weer langzamer om energie te sparen.

Variabiliteit is een teken van energiebesparing en aanpassingsvermogen.

Deze variabiliteit, in het bijzonder de snelle wisseling tussen de hartslagen, wordt overwegend door de parasympathicus ( ontspannings zenuw of rem ) gemoduleerd. De parasympathicus reduceert de hartfrequentie, laat de bloeddruk dalen, maakt ons mensen in het algemeen trager maar fysiologisch is de parasympathicus in staat om sneller te reageren dan de sympathicus.

Dit is door een eenvoudig voorbeeld weer duidelijk te begrijpen:

De rem van een auto maakt de auto langzamer. Indien de rem vol ingedrukt wordt tijdens het rijden wordt het hoofd naar voren gedrukt. Als we echter vol gas geven ( vooropgesteld dat u geen sportwagen heeft ) wordt u niet abrupt in de stoel gedrukt.

Grote variabiliteit = veel sympathicus
Weinig variabiliteit = weinig parasympathicus

In het tweede rhytmogram ziet u bijna geen variabiliteit, het lijkt op een rechte lijn. Dit betekend dat het hart vol gas geeft om krachtig genoeg te zijn. In het vegetatieve zenuwstelsel werkt overwegend de sympathicus en staat de parasympathicus op een zijspoor.

Goede hartslagvariabiliteit

Darstellung der guten Herzfrequenzvariablität im Histogramm

Slechte hartslagvariabiliteit

Weergave van de beperkte hartslagvariabiliteit in het histogram

Het histogram is een andere presentatievorm van de gemeten hartfrequentie.

In het histogram worden de gemeten RR intervallen binnen een vast tijdsbereik onderverdeeld. b.v. 900ms-950ms etc. etc. Het voorkomen van waarden binnen hetzelfde tijdsbereik wordt procentueel  in de hoogte van de staafdiagrammen zichtbaar. Hoe meer staafdiagrammen in de breedte zichtbaar zijn des te variabeler slaat het hart en des te beter kan het vegetatieve zenuwstelsel reguleren.
Indien slecht één of twee balken in het histogram worden gepresenteerd betekent dit dat de gemeten RR-intervallen nagenoeg hetzelfde zijn. Het hart moet in dit geval vol gas geven om krachtig genoeg te zijn en past zich niet individueel aan.

De verdeling naar Gauss is in het histogram bepalend. Andere verdelingen van de staafdiagrammen kunnen duiden op eventuele hartritmestoringen.

Veel balken = veel parasympathicus
weinig ken = weinig Parasympathicus

Goede hartslagvariabiliteit

Slechte hartslagvariabiliteit

Het strooidiagram of Pointcare Plot is wederom een andere presentatievorm van de hartfrequentievariabiliteit.

Één punt in het coördinatensysteem ontstaat uit twee naburige RR-intervallen. De eerste waarde op de X-as en de tweede op de Y-as. Zo ontstaat uit beide waarden een punt in het strooidiagram.

Hoe groter de strooiwolk is, des te variabeler slaat het hart en des te beter kan het vegetatieve zenuwstelsel reguleren. Een sterk verdichte wolk betekend dat het hart gelijkmatig slaat en zich niet meer individueel aanpast. Het geeft alleen nog maar volgas.

Optimaal gezien lijkt de strooiwolk op een ellips. Andere vormen kunnen duiden op hartritmestoringen.

Grote strooiwolk = veel parasympathicus
Kleine strooiwolk = weinig parasympathicus

VNS Parameters

Puls, alpha 1, SDNN, sympathicus en parasympathicus

De VNS Analyse professional bevat twee presentatie opties. Standaard wordt de eenvoude patiënt presentatie getoond. Deze omvat de parameters hartslag, sympathicus en parasympathicus.

Door middel van een touchscreen kan de therapeuten presentatie opgeroepen worden met de alpha 1 en SDNN ( zie foto en uitleg )

Alle getoonde parameters worden aan de hand van de hartfrequentie variabiliteit mathematisch berekent. Deze mathematische formule werd in 1996 door een taakgroep wereldwijd gestandaardiseerd.

Goede vegetatieve regeling - overzicht voor de patiënt

Weergave van de goede hartslagvariabiliteit in het patiëntenbeeld

Slechte vegetatieve regeling - uitzicht voor de patiënt

Weergave van de beperkte hartslagvariabiliteit in het patiëntenbeeld

De stoplichtkleuren op de achtergrond zijn met normwaarden uit wereldwijde literatuur onderbouwd. Alle parameters moeten in het groene normbereik vallen.

Met de patiënt bespreekt men in de regel de rode en blauwe balken gezien deze de beide hoofdzenuwen weerspiegelen.

Met één blik kunt u zeggen: Alles parameters zijn in het groene bereik of: er moet behandeld worden.

Goede vegetatieve regulering - therapeutische visie

Presentatie van de goede hartslagvariabiliteit in de visie van de therapeut

Slechte vegetatieve regeling - therapeutische visie

Weergave van de beperkte hartslagvariabiliteit in de visie van de therapeut

Het therapeuten overzicht omvat het patiënt overzicht en twee andere parameters, namelijk de alpha 1 en de SDNN waarde.

De alpha 1 parameter geeft de kwaliteit van de regulatie weer. Deze moet in het groen bereik vallen. Hoe hoger deze waarde is des te meer compensatie processen vinden er in het lichaam plaats om te kunnen reguleren.

De alpha 1 waarde is van groot belang indien er sprake is van een verhoogde sympathicus en een verlaagde parasympathicus. In samenhang met een verhoogde alpha 1 waarde duidt het erop dat het lichaam reeds moet compenseren en het een kwestie van tijd is dat het lichaam deze disbalans niet meer kan compenseren.

Indien de alpha 1 waarde verlaagd is bij een disbalans in het vegetatieve zenuwstelsel richting spanning, tonen vele studies, dat dit een groot risico voor het hart inhoud. De regelsystemen werken niet meer goed samen waardoor chaos ontstaat. Bij een dominante sympathicus betekend dit, dat het orgaan of orgaansysteem overwegend door de sympathicus gecontroleerd wordt.

hoge Alpha 1 = compensatie
lage Alpha 1 = chaos

De SDNN omvat de standaardafwijking of totaal variabiliteit. Hoe hoger de SDNN parameter stijgt, des te groter is de variabiliteit en des te beter is het aanpassingsvermogen van het vegetatieve zenuwstelsel. Hoe lager de SDNN uitvalt des te geringer is de variabiliteit en daarmee de vegetatieve regulatie beperkt.

Hoge SDNN = veel parasympathicus
Lage SDNN = weinig parasympathicus